joomla template

Vastgesteld tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) van 30 september 2009

Alle voorgaande versies komen hiermee te vervallen

pdf-32

 

Artikel 1

  • Het bestuur van de BBVF regelt de wedstrijden, stelt de datum vast en bepaalt waar de wedstrijden gespeeld worden.
  • Namens het bestuur is de competitieleider belast met en verantwoordelijk voor het verloop van de competitie.
  • Bij bijzondere omstandigheden kan de competitieleider besluiten een wedstrijd of een gehele competitieavond naar een andere datum te verschuiven.
  • De wedstrijdleiding tijdens de competitieavond berust bij het in het wedstrijdschema aangewezen team. Uitspraken van de wedstrijdleiding met betrekking tot de wedstrijden zijn bindend.
  • Indien een team het niet eens is met de uitspraak van de wedstrijdleiding dan dient men dit schriftelijk aan het bestuur kenbaar te maken en te motiveren.

Artikel 2

  • Verenigingen die met één team aan de dames en/of herencompetitie deelnemen, moeten minimaal 9 spelers inschrijven.
  • Als een vereniging met meer dan één team deelneemt aan de dames- en/of herencompetitie, moet het eerste team minimaal zeven spelers hebben de volgende teams minimaal acht.
  • Op het moment van inschrijven van een speler aan de dames en/of herencompetitie dient deze minimaal 18 jaar te zijn. Wil een vereniging een jongere speler inschrijven, dan dient zij hiertoe een schriftelijk verzoek bij het bestuur in te dienen. Het daadwerkelijk meespelen mag pas na schriftelijke toestemming van het bestuur.

Artikel 3

  • Verenigingen kunnen tot 1 februari van het lopende seizoen nieuwe spelers opgeven.
  • Het opgeven van een nieuwe speler moet schriftelijk gebeuren met vermelding van naam en geboortedatum en het tegelijkertijd inleveren van een recente pasfoto.
  • Nieuwe speler moeten uiterlijk zaterdag schriftelijk zijn aangemeld, willen zij op de eerstvolgende wedstrijdavond speelgerechtigd zijn.
  • Overschrijving van een speler tussen twee bij de BBVF aangesloten verenigingen kan slechts plaatsvinden in de periode tussen het einde en het begin van de competitie.
  • Daarnaast is overschrijving van een speler tussen twee verenigingen mogelijk in de periode 15 december – 1 januari, mits een bewijs wordt bijgesloten dat betreffende speler geen financiële verplichtingen heeft jegens de vereniging die hij gaat verlaten.

Artikel 4

  • De verenigingen zijn verplicht de voor haar team(s) uitgeschreven wedstrijden te spelen.
  • Het team dat niet komt opdagen, verliest de wedstrijd in geval van een competitiewedstrijd met driemaal 25 – 0, in geval van een bekerwedstrijd met tweemaal 25 – 0.
  • Aan een vereniging waarvan een team voor een voor haar uitgeschreven wedstrijd niet komt opdagen, wordt een geldboete ter grootte van € 12,50 opgelegd. Bij herhaling bedraagt de geldboete € 25,00.
  • Indien in één seizoen een team driemaal niet komt opdagen, wordt het betrokken team automatisch uitgesloten van verdere deelname aan de competitie.

Artikel 5

  • Wanneer een team niet in de mogelijkheid is een ingeplande wedstrijd te spelen, dan moet dit per e-mail kenbaar worden gemaakt aan het bestuur van de BBVF ( Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spambots. JavaScript moet zijn geactiveerd om het te bekijken. ).
  • Bij de afmelding moet de reden van de afzegging duidelijk worden omschreven.
  • In principe wordt een afgezegde wedstrijd reglementair verloren met 3-0 (setstanden 25-0, 25-0, 25-0). Alleen wanneer het bestuur van de BBVF beslist dat de opgegeven reden hiertoe aanleiding geeft, kan worden besloten de wedstrijd op een later tijdstip alsnog te laten spelen (dit zal vrijwel altijd op een trainingsavond van een van de beide teams zijn). Het onvoldoende mensen op de been kunnen brengen als reden op zich is geen geldige reden voor het bestuur om een wedstrijd over te laten spelen (dit is primair de verantwoordelijkheid van de teams).
  • Wanneer een team zich afmeldt voor een wedstrijd ontslaat dit het team niet van het vervullen van een eventuele fluitbeurt die avond.
  • Het team wat een wedstrijd afzegt, moet een eventuele fluitbeurt van de tegenstander op de betreffende avond overnemen. Dit om te voorkomen dat de tegenstander alleen voor een fluitbeurt naar de sporthal moet komen.

Artikel 6

  • De verenigingen zijn verplicht per ingeschreven team een scheidsrechter en een teller te leveren zoals op het wedstrijdschema is aangegeven.
  • De scheidsrechter en teller dienen zich tien minuten voor aanvang van de wedstrijd te melden bij de wedstrijdleiding.

Artikel 7

  • De deelnemende teams zijn verplicht om volgens aanwijzing op het wedstrijdschema de wedstrijdleiding op een speelavond op zich te nemen.
  • De wedstrijdleiding moet uitgevoerd worden met 2 personen.
  • De taken van de wedstrijdleiding zijn omschreven in de ‘Handleiding wedstrijdleiding BBVF’. Deze is onder andere te vinden in de BBVF-koffer in de sporthal.
  • De wedstrijdleiding dient uiterlijk 20.00 uur aanwezig te zijn in de sporthal.

Artikel 8

  • Indien een team zijn verplichting t.a.v. het leveren van een scheidsrechter en/of teller niet nakomt (zie Artikel 6), dan krijgt het betreffende team twee competitiepunten in mindering.
  • Indien een team zijn verplichting t.a.v. de wedstrijdleiding (zie Artikel 7) niet nakomt, dan krijgt het betreffende team drie competitiepunten in mindering.
  • Indien een team gedurende het seizoen meer dan zes competitiepunten in mindering krijgt, dan wordt het betrokken team automatisch uitgesloten van verdere deelname aan de competitie.

Artikel 9

  • De aanvangstijden van de wedstrijden op de competitieavond zijn 20.00 uur en 21.30 uur.
  • De wedstrijden van 20.00 uur dienen uiterlijk om 20.30 uur begonnen te zijn.
  • Indien de voorgaande wedstrijd is uitgelopen, dient de volgende wedstrijd uiterlijk 10 minuten na afloop van de voorgaande wedstrijd te beginnen.
  • Het team dat op het moment waarop de wedstrijd dient te beginnen niet speelklaar is, verliest automatisch de eerste set met 25 – 0. Is het team een kwartier nadien nog niet speelklaar, dan verliest het betreffende team de overige sets met 25 – 0. Er wordt in dit geval geen boete opgelegd.

Artikel 10

  • Het minimaal aantal spelers dat een team in het veld dient op te stellen is vijf.
  • Een speler die wel is ingeschreven op het wedstrijdformulier maar bij aanvang van de set nog niet aanwezig is, mag pas bij aanvang van de volgende set opgesteld worden.
  • Indien een team bij aanvang van de wedstrijd niet meer dan vier spelers kan opstellen, dan is het betreffende team niet speelklaar en treedt automatisch Artikel 9 in werking.
  • Indien een team gedurende de wedstrijd niet meer in staat is minstens vijf spelers op te stellen, dan is het betreffende team niet meer speelklaar. De dan lopende set wordt met behoud van de behaalde punten verloren. De eventueel nog te spelen sets worden door het betreffende team met 25 – 0 verloren.

Artikel 11

  • Het wedstrijdformulier dient tien minuten voor aanvang van de wedstrijd te worden ingevuld.
  • Een team dat hieraan niet heeft voldaan is nog niet speelklaar en dan treedt automatisch Artikel 9 in werking.
  • Direct na afloop van de wedstrijd wordt het wedstrijdformulier door de aanvoerders van beide teams en de scheidsrechter gecontroleerd, ondertekend en bij de wedstrijdleiding ingeleverd.

Artikel 12

  • Elk team dient zijn spelers d.m.v. de door het bestuur van de BBVF verstrekte, geldige spelerskaarten te kunnen legitimeren.
  • Indien van één of meerdere spelers de spelerskaart niet overlegd kan worden, kan de scheidsrechter in overleg met de wedstrijdleiding besluiten de betreffende speler(s) voor deelname aan de wedstrijd uit te sluiten.
  • Indien een team bij herhaling niet in staat is zijn spelers te legitimeren, zal bij de derde keer dat dit gebeurt 2 wedstrijdpunten in mindering worden gebracht.
  • Een spelerskaart is geldig indien deze is voorzien van een recente pasfoto van de betreffende speler en een paraaf van een bestuurslid.

Artikel 13

  • Spelers ingeschreven in een lager team mogen in een hoger team invallen.
  • Indien een speler uit een lager team in één seizoen viermaal is ingevallen in een hoger team, mag hij voor de rest van het seizoen niet meer uitkomen voor het lagere team.
  • Is de betreffende speler voor meerdere hogere teams uitgekomen, dan wordt de speler geplaatst in dat hogere team waar hij het meest voor is uitgekomen.
  • In geval de betreffende speler evenredig verdeeld voor meerdere hogere teams is uitgekomen, dan wordt hij geplaatst in dat hogere team waar hij het laatst voor is uitgekomen.
  • Indien een speler geplaatst is in een hoger team, dan mag hij gedurende de rest van het seizoen niet meer invallen in een ander team.
  • Een speler die vermeld staat op het wedstrijdformulier wordt geacht in deze wedstrijd gespeeld te hebben.

Artikel 14

  • Op schriftelijk verzoek van een vereniging kan een speler die is ingeschreven in een hoger team geplaatst worden in een lager team. De betreffende speler is echter gedurende een periode van twee wedstrijden, ingaande op de datum van het verzoek, voor beide teams niet inzetbaar voor de gewone competitie.
  • Op schriftelijk verzoek van een vereniging kan een dame die is ingeschreven in een team dat uitkomt in de herencompetitie, geplaatst worden in een team dat uitkomt in de damescompetitie. De betreffende dame is echter gedurende een periode van twee wedstrijden voor beide teams niet inzetbaar voor de gewone competitie.

Artikel 15

  • De inzet van de competitie is het klassekampioenschap.
  • Zowel in de damescompetitie als ook in de herencompetitie worden drie sets gespeeld.
  • Een set is gewonnen indien één van beide teams 25 wedstrijdpunten behaalt met een minimaal verschil van 2 wedstrijdpunten.
  • Per gewonnen set krijgt het betreffende team één competitiepunt.
  • Bij een gelijke eindstand in de competitie wordt om te bepalen welk team kampioen is, dan wel om te bepalen welk team promoveert of degradeert, eerst gekeken naar het onderlinge resultaat op basis van gewonnen sets van de betrokken teams. Indien dit geen uitsluitsel geeft, wordt er een beslissingswedstrijd gespeeld.
  • Op de jaarvergadering wordt door de aangesloten verenigingen bepaald op welke wijze de promotie/degradatie-regeling wordt uitgevoerd.

Artikel 16

  • Naast de reguliere competitie wordt een bekercompetitie dan wel een bekertoernooi gehouden, waarin gespeeld wordt om de wisselbeker.
  • Indien een team de wisselbeker driemaal achtereen of vijfmaal in totaal gewonnen heeft, dan krijgt dit team de wisselbeker in eigendom.
  • In de bekercompetitie wordt gespeeld om twee gewonnen sets.
  • Een set is gewonnen indien één van beide teams 25 wedstrijdpunten behaalt met een minimaal verschil van 2 wedstrijdpunten.
  • In de bekerfinales wordt gespeeld om drie gewonnen sets.

Artikel 17

  • De wedstrijden in de reguliere competitie en in de bekercompetitie worden gespeeld volgens de spelregels van de NeVoBo, inclusief de regels die betrekking hebben op de libero.
  • De wedstrijden in de reguliere competitie worden gespeeld als uit- en thuiswedstrijden.
  • De eerstgenoemde vereniging dient te zorgen voor een wedstrijdbal.
  • Wanneer in plaats van een bekercompetitie een bekertoernooi wordt georganiseerd dan is het toernooireglement van toepassing.

Artikel 18

  • Elk team dient in een uniform tenue te verschijnen.
  • Een speler die in een afwijkend tenue verschijnt mag alleen als libero ingezet worden (max. 1 libero per team).

Artikel 19

  • In alle gevallen waarin dit wedstrijdreglement niet voorziet, beslist het bestuur van de BBVF.
  • In alle gevallen waarin speler, scheidsrechter of teller staat, dient men indien nodig speelster, scheidsrechtster of telster te lezen.