joomla template

Naar aanleiding van een vraag vanuit een aantal BBVF-deelnemers hebben we een korte handleiding voor scheidrechters gemaakt van de spelregels van het volleybal. Hierin hebben we geprobeerd een samenvatting te maken van de meest voorkomende 'misverstanden' die tijdens een wedstrijd voor kunnen komen.

Download >> hier << de laatste versie van de officiële spelregels (versie september 2010, incl. tekeningen met Nederlandstalige bijschrijften - 3 MB), uitgegeven door de Nederlandse Volleybalbond (NeVoBo).

Let op: per 1 juli 2009 zijn er een aantal spelregels in het volleybal gewijzigd. Een samenvatting van de voor de BBVF van toepassing zijnde wijzigingen vind je onderaan deze pagina.

OPSLAG

  • Bij de opslag moet de bal opgegooid (losgelaten) worden en met één hand of deel van de arm worden geslagen. De bal mag dus niet uit de hand worden geserveerd en ook niet worden geduwd.
  • De bal moet binnen 8 seconden na het fluitsignaal van de scheidrechter worden geslagen.
  • Het stuiteren van de bal voor de opslag is toegestaan.
  • Een service die voor het fluitsignaal van de scheidsrechter wordt genomen is ongeldig en moet opnieuw worden genomen.

SCHERM

  • De spelers van de ploeg aan opslag mogen de serveerder of de baan van de bal niet door een individueel of groepsscherm aan het zicht van de tegenpartij onttrekken.
  • Individueel scherm: 1 persoon die tijdens de opslag de armen beweegt, springt, zijdelings beweegt enz.
  • Groepsscherm: 2 of meerdere spelers die bij elkaar gaan staan om de baan van de bal aan het zicht te onttrekken.

EERSTE BALCONTACT

  • Het eerste balcontact mag door een ploeg met meervoudig contact worden gespeeld. Onder de 'eerste bal' wordt verstaan: de opslag of de aanval van de tegenstander, een bal die uit het blok van de tegenstander terugkomt of een bal die door het eigen blok heen gaat.
  • Geen enkel balcontact (dus ook niet de eerste bal) mag met te lang balcontact (dragend) worden gespeeld.

AANVAL

  • Een aanval is elke handeling die er voor zorgt dat de bal naar het veld van de tegenpartij gaat (m.u.v. de opslag en het blok).
  • Bij een aanval mag de bal alleen worden aangeraakt als de bal nog in het eigen speelveld is (d.w.z. als de bal nog niet in zijn geheel over het net is). Als de bal wordt aangeraakt wanneer deze in zijn geheel over het net is, is sprake van een 'gestolen bal'.
  • Bij een aanval mag de bal met de vingertoppen worden geplaatst, maar de aanraking moet kort zijn. De bal mag niet worden gevangen of gegooid.

ACHTERSPELER

  • Een achterspeler die op of binnen de 3-meterlijn staat (of afzet op of binnen de 3-meterlijn) mag een bal alleen over het net spelen wanneer deze zich in zijn geheel of gedeeltelijk onder de netrand bevindt.
  • Wanneer een achterspeler (mee)blokkeert, maar de bal raakt het blok niet, dan is dat niet fout (dit is een blokpoging volgens de regels). Als de bal echter een van de blokkeerders raakt, dan begaat de achterspeler een fout (de achterspeler maakt dan deel uit van een voltooid blok).

BLOKKERING

  • Bij de blokkering mogen spelers met hun handen en armen over het net heen komen, mits de tegenpartij niet in haar spel wordt beïnvloedt.
  • De bal mag nooit over het net worden aangeraakt, voordat de aanval van de tegenpartij is uitgevoerd (= 'gestolen bal').

BAL UIT

  • Een bal die het net raakt, buiten de antennehoezen, is 'uit' (deze bal raakt volgens de regels een 'vreemd voorwerp'). Dit geldt ook voor ballen die spandraden, palen enz. raken.

WISSELS

Elk team heeft recht op maximaal 6 wissels per set, waarbij de onderstaande beperkingen gelden:

  • Een speler mag maar 1 keer een speler uit de basisopstelling vervangen.
  • Een speler mag alleen 'teruggewisseld' worden door de speler die hij heeft vervangen.


    SPELREGELWIJZIGINGEN PER 1 JULI 2009

    regelnr. tekst van de spelregel
    5.1.2.3 Bij afwezigheid van de coach, mag de aanvoerder time-outs aanvragen. (Als er een coach is mag hij dat niet meer)
    11.2.2.2 Aanraken van het speelveld van de tegenstander is toegestaan met elk lichaamsdeel boven de voet, mits het spel niet wordt beïnvloed.
    11.3.2 Aanraken paal, spandraden of elk ander voorwerp buiten de antennes (inclusief het net zelf) is toegestaan mits het spel niet wordt beïnvloed.
    11.4.4 Een speler beïnvloedt het spel van de tegenstander door o.a.:
    • het aanraken van de bovenkant van het net of het gedeelte van de antenne dat boven het net uitsteekt gedurende zijn actie om de bal te spelen, of
    • maakt gelijktijdig met het spelen van de bal, gebruik van het net, of
    • creëert een voordeel ten koste van de tegenstander, of
    • maakt een zodanige actie dat hij daarmee de tegenstander hindert om normaal de bal te kunnen spelen.

    Naast bovenstaande spelregelwijzigingen wordt per 1 juli 2009 ook soepeler omgegaan met 'niet hinderlijke' netfouten. Helaas betekent dit dat de beoordeling van netfouten meer en meer een kwestie van interpretatie van de scheidsrechter wordt. In onderstaande tabel zijn een aantal situaties geschetst die het soepeler omgaan met netfouten moeten verduidelijken (bron: Nevobo, regio zuid-oost)

    Netaanrakingen die wel fout zijn Netaanrakingen die niet fout zijn
    • Aanvaller slaat de bal en raakt daarbij de bovenzijde van het net (netrand) aan.
    • “Schijn” aanvaller raakt de bovenzijde van het net aan, maar de aanval vindt plaats aan andere kant van het net
    • Aanvaller komt na de aanval bij het neerkomen tegen het net aan.
    • Aanvaller slaat de bal en raakt het net na de aanvalsslag.
    • Blok raakt de bovenzijde van het net aan bij een blokpoging, of voltooid blok.
    • Blok raakt de bovenzijde van het net aan bij een schijnaanval, maar de aanval vindt plaats aan de andere kant van het net.
    • Deelnemer(s) aan het blok komt/komen bij het neerkomen tegen het net aan.
    • Deelnemer(s) aan het blok komt/komen tegen het net aan bij het opspringen.
    • Spelverdeler komt met bovenarm tegen de bovenkant van het net tijdens het spelen van de bal.
    • Spelverdeler komt tijdens het spelen van de bal geheel met zijn lichaam in het net. (voordeel)
    • Spelverdeler komt tegen het net aan bij het opspringen bij het spelen van de bal.
    • Speler bij het net komt tegen het net aan als hij zich verplaatst (geldt niet voor de bovenkant van het net)
    • Speler speelt de bal maar raakt daarbij ook de onderkant van het net. (geen voordeel)
    • Als de speler enige actieve beweging maakt met zijn lichaam of met zijn handen (naar de bal toe of parallel aan het net) en het net raakt vervolgens de speler omdat de tegenstander de bal in het net speelt, dan is het aanraken van het net wél fout, omdat de tegenstander actief wordt gehinderd in het nog kunnen spelen van de bal.
    • Het is niet fout wanneer een bal in het net wordt gespeeld en het net daardoor per ongeluk een speler van de tegenpartij raakt.